Over geloof.(27-12-2006)
Laat ik beginnen met een bijdrage aan een discussie in de NRC op 2-1-2003: ingezonden naar NRC.
Het echte probleem van religie en geloof is niet het onbewijsbare of onbegrijpelijke.                                 Het is ook zonder de kwantummechanica een gegeven dat wetenschap niet alles opheldert, verheldert of bloot legt, juist omdat binnen afgesproken regels en kaders wordt gewerkt. Een deel van ons weten (met bijhorende onzekerheden) zal derhalve een andere oorsprong kennen. Voorts begint zelfs wetenschappelijk werk met intuïtie en aannames. De vaststelling dat de werkelijkheid breder is dat wat methodisch waargenomen kan worden geeft ruimte voor filosofie en het niet bij voorbaat buiten de rationaliteit plaatsen van religieuze opvattingen. Het probleem van de geloofwaardigheid van religieus geloof, althans van een aantal vormen daarvan, zit hem in een aantal aannames en tegenstrijdigheden. Zo lijkt het mij een tamelijke kinderlijke veronderstelling dat de Schepper van het universum zich druk zou maken of mensen seks voor het huwelijk hebben. Ook de in Bijbelse teksten terug te vinden en door gelovigen beleden afkeer van de ' vleselijke lusten' lijkt mij eerder een menselijk probleem dan van die Diegene, die volgens de aannames mensen en dieren met hun lusten gecureerd heeft. Incest is een grote zonde, maar als alle mensen uit Adam en Eva voortkomen, dan moet dit eerst door de Almachtige zijn toegestaan. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar het meest ongeloofwaardige vind ik het contrast tussen het nieuwe en oude Testament: de wraakzuchtige God, die zondigen onderdompelt in o.m. een zondvloed, zelfs in beginsel het offeren van een zoon eist (Abraham-Izak) (oude Testament)en de God die de mensen zo lief heeft dat hij zijn eigen zoon offert. God, zo voorgesteld, lijkt mij een gespleten persoonlijkheid, dan wel twee tegengestelde entiteiten voor te stellen. Kortom, althans in het Christendom, schuilt het ongeloofwaardige niet zo zeer in het geloof in het onwaarneembare, maar in veel, daar omheen gefabriceerde teksten, die duidelijk niet door een superwezen, maar door primitiever en soms bekrompen mensen moeten zijn samen gesteld.
Harrie K.

Wat ik toen schreef meen ik nog steeds. Maar laat ik er wat aan toevoegen. Om aan te sluiten bij het slot van de voorgaande tekst. Stel dat er een Opperwezen bestaat dat het universum en inhoud geschapen heeft, een Opperwezen dat aan de meest intelligente wezens na hem een boodschap van richting en zingeving wil overbrengen, een boodschap die niet op een periode, maar voor altijd geldig is. Zou Hij dat dan op vergankelijk papier doen en dan nog wel in een oude taal die alleen voor een enkel volk, in de periode van schrijven verstaan wordt?
Zoiets past nog wel in het beeld van een God, die er alleen voor een specifiek, ‘uitverkoren’ volk is.  Een beeld dat door het oude testament wordt  uitgestraald, terwijl  het nieuwe testament -overigens meer passend bij een Schepper van het universum- de hele mensheid aan God koppelt.  Niet dat na het fenomeen Christus het claimen van de Allerhoogste voor eigen gebruik afgelopen is, wat er ook op wijst dat als er al teksten van Boven komen, dat dit zeker niet geldt de uitleg van die teksten door religieuze autoriteiten.

Mij lijkt het echter het meest waarschijnlijk -uitgaande van de premisse dat  God bestaat- Deze zich voor boodschappen niet bediend heeft van media, die eerst nog door mensen mensen uitgevonden moesten worden.  Dat is trouwens ook helemaal niet nodig. Zeker diegenen die het concept van een intelligent ontwerp wel zien zitten, zouden betekenis moeten geven aan menselijke kenmerken als vernuft,  onderzoekende geest, leervermogen, redelijkheid, empathie en geweten. Als die kenmerken bij de mens horen, dan is dat niet voor niets. Dan is er geen reden om alles voor te kauwen, te dresseren of te programmeren door zen die de wijsheid in pacht of een exclusieve band met de hemel denken te hebben. Bestaat er een boodschap op Hoog Niveau? Dan heeft ieder niet gehandicapt mens de instrumenten in huis om die te ontcijferen. Al is het best mogelijk dat eerst na generaties overdracht van kennis en ideeën, de mensheid in zijn geheel daar wat behoorlijks van bakt.