Bericht van vorige week: PvdA-leden die in de (semi)publieke sector meer verdienen dan de Balkenendenorm, komen niet meer in aanmerking voor belangrijke politieke ambten zoals die van minister en burgemeester. Volgens PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen zullen partijleden niet meer voor dergelijke posities worden voorgedragen indien zij „niet duidelijk de normen van soberheid en dienstbaarheid delen”. Ploumen: „Als je dat niet doet, is er geen plek voor je bij de PvdA.”.
Zoals te verwacht viel de mededeling van de partijvoorzitter niet bij iedereen in goede aarde.
Oud bewindsman Hans Simons, nu ziekenhuis directeur, verklaarde onmiddellijk dat hij wel hoort wanneer hij afscheid moet nemen van zijn partij. En een andere PvdA ziekenhuis directeur, Dirk Jan Verbeek vond dat de PvdA meer trots zou moeten zijn op leden ‘die nog omvangrijke en lastige functies willen vervullen in het hybride gebied tussen het publieke en het private domein’. Laat ik nou altijd gedacht hebben dat we een tekort hadden aan verplegend personeel. Maar als je Verbeek moet geloven , dan is het echte probleem een een tekort aan kandidaat ziekenuisdirecteuren. Want dat managen, dat is pas een rotklus. Verplegers die hebben tenminste nog het plezier van de omgang met zieken en stervenden. Maar als je directeur bent van een ziekenhuis, dan kan je te maken krijgen met vervelend zeurende aandeelhouders en de vraag hoe je een sociaal imago met goede uitzichten op winst moet verenigen. Het is niet meer zoals vroeger, toen je natuurlijk ook de kosten in de gaten moest houden, maar het doel van al je activiteit in de zorg de goede hulp aan de patiënt was.
In de laatste 10-15 jaar is het veranderd: dienstbaarheid werd een reclame-term voor de betere verkoop, dienstverlening een product dat zijn geld moet opbrengen. Gezondheidszorg, jeugdzorg en thuiszorg moesten naast het werk van de nutsbedrijven een kwestie van ondernemen worden. En in feite lijkt dat ook voor een groot deel het karakter van het onderwijsveld geworden. De onderdelen van de actieve samenleving die ooit primair gericht waren het gezonde functioneren van mensen en voorzieningen in het algemeen belang zijn geïnfecteerd door ongebreideld geloof in markt en ondernemen. En als je onderneemt staat niet het maatschappelijk nut en dienstbaarheid aan de medemens centraal, maar de verkoopbaarheid van je producten. En dat laatste zit niet noodzakelijk vast aan kwaliteit en noodzaak. Dus kunnen er best managers zijn, waarvan de grootste verdienste is dat ze niet al te schadelijk hebben gehandeld. Tegelijk staat als een paal boven water dat managers allemaal onveranderlijk het recht claimen op hoge beloningen.
Toch is het niet onlogisch dat managers die niets nuttigs laten ontstaan of zelfs persoonlijk hebben bijgedragen aan de financiële crisis, een smak geld verdienen. Want als het primair gaat om winstbejag, dan zou je als bedrijf wel gek zijn om iemand in dienst te nemen die niet eens zichzelf kan verkopen. Mensen die weinig salaris verlangen of minder dan anderen met gelijke functie, dat kan nooit wat zijn. En als ziekenhuizen vooral ondernemingen moeten zijn, dan geldt dat dus ook voor ziekenhuisdirecteuren. Wat betekent dat Simons en Verbeek het gelijk aan hun zijde hebben. Tenminste als ziekenhuizen (en zorginstellingen in het algemeen) per se primair als ondernemingen moeten worden gezien. Maar dat is niet de klassieke sociaal-democratische visie.
Nu ben ik net als ieder ander redelijk mens voor voortschrijdend inzicht en wars van dogma’s. Dus dat de sociaal-democraten van vandaag andere politieke opvattingen vergeleken met die gisteren, dan zal ik ze niet euvel duiden. Anderzijds zijn er bepaalde oorspronkelijke ideeën, waar je niet vanaf komt zonder je politieke kleur te verliezen en daarmee je oorspronkelijke kiezersgroep. Als de Partij van de Arbeid de ‘Partij van de Managers’ wordt, dan hoeft er geen verbazing te zijn als werkende mensen zich van de sociaal-democraten afwenden. Kennelijk breekt dat inzicht bij de huidige partijvoorzitter door. Maar als het blijft bij partijgenoten vastpinnen op de Balkenende-norm dan is dat alleen een halve stap in de goede richting.
Voorzieningen en activiteiten gericht op de zorg voor de mens en maatschappelijk verliezen hun sociale en humane karakter als ze in het kader van winst en onderneming worden geplaatst. Maar indien als weleer de instellingen voor zorg en onderwijs weer primair op doelgroep wordt gericht, dan krijg je vanzelf directeuren, die hun voldoening zoeken en vinden in de zorg voor hun medemens in plaats van de beschikking over een hoog inkomen. Tip voor de PvdA: kom uit de neo-liberale winterslaap, streef naar instellingen met een warm hart in plaats van een kasregister en als je daarin slaagt, dan hoef je de Balkenende-norm niet meer op te leggen.