Oudere pagina’s in
Archief:
Binnen gekomen reacties pagina home 1
Politieke leven auteur:
Mei 1968 lid PSP.
Vele jaren in afdelingsbestuur.
Lid Stichting Vorming en Scholing PSP
Lid partijraad en (kort) partijraadsbestuur PSP
Voorzitter Steunfractie Links Den Haag
(PSP, CPN, PPR)
Van ‘92-’98 raadslid GroenLinks.
Mede-auteur
Raadsprogramma
GL- Den Haag 2006-2010
Nov 2007:
Secretaris GL-Zuid-Holland
Mei 2008:
Lid partijraad GroenLinks.



Op 6 juni 2009 is ‘geluk’ het thema van de GroenLinkse ledenvergadering van Zuid Holland. Met als aanleiding de financiële en economische crisis en de constatering dat geld zeker in deze tijd niet altijd gelukkig maakt. Maar waar moeten we geluk dan wel in zoeken? De hier volgende tekst verschijnt ook in het ledenblad van GroenLinks Zuid Holland
.
Femke Halsema wijdde een boek aan het thema geluk, wat ik nog niet heb gelezen. Maar ik begrijp uit de samenvatting en wat ik eerder uit haar mond hoorde, dat het onderwerp een bezinning is op overmatig consumentisme en de schade die dit oplevert voor natuur en milieu. Vast staat dat wij mensen niet kunnen blijven doorgaan met een verbruik van ruimte en bronnen dat weldra de beschikbaarheid er van overtreft, als dat al niet het geval is. Dat betekent dat we ' ons gelukkig zijn', respectievelijk ons welbevinden, niet kunnen blijven verbinden met vergroten van materiële welvaart en nationaal inkomen. Wat kwaliteit van bestaan is, zullen we opnieuw moeten uitvinden en wel op een wijze die samen gaat met duurzaamheid en zuinig gebruik van ruimte, energie en hulpbronnen. Hetgeen niet meer, zelfs minder materiële welvaart impliceert, maar is dat eigenlijk wel erg?
Crisis als teken aan de wand.
De financiële en economische crisis en gebeurtenissen die er op volgden, de bonussen en grote vertrek-premies voor falende managers, de buitengewoon hoge salarissen voor bestuurders van corporaties, dienstverlenende bedrijven met fout lopende avonturen in commerciële markten: tekenen van een (westerse) samenleving met een uit de hand gelopen jacht op geld en overspannen commerciële oriëntatie. Met als gevolg dat er naast een overmaat aan bezit en vermogen, ook een tekort aan andere waarden is ontstaan. Zoals een tekort aan vertrouwen in banken of een aangetast geloof dat bij bij andere dienstverleningen het belang van de cliënt, c.q. de optimale dienstverlening, nog steeds voorop staat. Zoals in het geval van ziekenhuizen, waar soms wantoestanden worden vastgesteld (hygiëne, foute chirurg blijft doorwerken), met tegelijk artsen, die te hoog declareren. Conclusie: we hebben meer welvaart, maar zijn ook minder welvarend als vroeger en hebben in sommige opzichten minder redenen om tevreden te zijn.
De 2e helft vorige eeuw is het eigenlijk mis gegaan. Inmiddels hadden we zodanige sociale voorzieningen dat de zorg om het bestaan, ook bij wegvallen baan, er niet meer hoefde te zijn. We kwamen ook voorbij het punt dat er noodzakelijk iemand (lees: de vrouw) thuis moest blijven om het bewerkelijke huishouden te doen, waarbij dank zij de wasmachine, maandag-wasdag kon
vervallen en over een inkomen kon worden beschikt, waarmee wasmachine en stofzuiger aangeschaft konden worden. Met vakantie over de grens gaan werd gewoon. Kinderen van arbeiders konden hoger onderwijs gaan volgen. Ontwikkelingen die alle reden gaven tot tevredenheid en voor mogelijkheden van een redelijk gelukkig bestaan.
Maar helaas werd ook het idee gevestigd dat vooruitgang overeen kwam met voortdurend méér welvaart, extra vakantie, de optie om spullen, die je al weg kon doen vóór ze versleten waren, om het nieuwste van het nieuwste aan te schaffen. Bedrijven en zelfs gesubsidieerde instellingen gingen de vuistregel hanteren dat mensen met het meeste talent, dan wel de optimale inzet, alleen beschikbaar zouden zijn als hen bijzondere hoge salarissen en bonussen werden geboden. Het idee van materieel eigen belang als exclusieve motor voor het doen van inspanningen werd ook aanleiding om nutsbedrijven op de markt te plaatsen. Calculerende burgers zouden het volgens beleidsmakers zeker waarderen om jaarlijks te bepalen bij welke zorgverzekering of energieleverancier diensten ze gaan afnemen. En in Nederland kregen we een premier van normen en waarden die vergat dat mensen, als de zorg om het bestaan niet speelt, zich ook om andere reden dan geld willen inzetten.
Symbiose versus competitie.
Maar dat mensen alleen om geld, bezit en status zich willen inspanningen en hun talenten inzetten is een grote misvatting. Want allen, die zonder vergoeding deelnemen aan buurtwerk, vrijwilligerswerk, natuur- en milieugroepen, NGO's, aan vakbeweging en politieke partijen zonder daar materieel voordeel van te hebben, bewijzen het tegendeel. Zelf ga ik uit van twee hoofd-richtingen van motivatie. Ten eerste de drang naar competitie, gericht op zelfhandhaving en zorg voor de eigen groep. Ten tweede, wat ik duidt met de term ' symbiose', de drang om bezig te zijn met datgene of diegene(n), waarbij je betrokken voelt, je met iets of iemand verbinden, simpel omdat het boeit of plezierig aanvoelt.
Zowel de neiging tot competitie als die tot symbiose zijn voor ons mensen functioneel, omdat het competitie er voor zorgt dat we ons zelf, individueel en collectief, weten te handhaven en van het
18-05-09 Geluk in perspectief.
noodzakelijk te voorzien. Symbiose zorgt er voor dat mensen spontaan met elkaar samenwerken en maatschappelijk actief zijn, wat veel werk uit handen van de overheid neemt. Beiden typen drijfveren hebben voorts een relatie met geluk en tevredenheid. Met Abraham Maslow ben ik er van overtuigd, dat er een hiërarchie van behoeften bestaat. Wie zorg heeft over het dagelijks bestaan of de vraag er wel bij te horen zal vooral zijn welbevinden zoeken en vinden in het wegwerken van dit soort zorgen en onzekerheden. Mensen die deze zorgen en onzekerheden achter zich hebben kunnen laten zullen vervolgens ook nog genoegen kunnen beleven aan verder stijgend inkomen en bezit. Maar wel met een trend van een afnemend en tijdelijke beleving van tevredenheid, naarmate de overbodigheid van alle extra's toenemen. Hetgeen een prikkel kan zijn en ook vaak is geweest om momenten van aanschaf van bezit en consumeren dan maar vaker te gaan beleven. Maar met die exclusief materialistische gerichtheid mist men dieper en duurzamer tevredenheid.
Perspectief op duurzame tevredenheid.
Het resultaat van een actie, gedreven door competitie (heb nu mooiere auto als de buurman) is er een van het moment, dat voorbij gaat. Terwijl anderzijds mensen die zich voornamelijk laten leiden door symbiotische aandrift, daar een permanente voldaanheid aan kunnen ontlenen, een soort 'basis-geluk', al zijn ook zij niet onkwetsbaar voor momenten van verdriet en verlies. Dat komt omdat als mensen symbiotisch actief zijn, ze eerder doen aan ' beleven' dan aan consumeren, c.q. ze eerder scheppend, dan producerend bezig zijn. Ze leggen in wat ze dan doen, iets van hun unieke Zelf, genieten daardoor van hun talenten en vaardigheden en ontwikkelen deze verder in een proces wat zelfverwerkelijking wordt genoemd. Geluk voor de mens is in de woorden van Erich Fromm ('De zelfstandige mens') “het resultaat van de scheppende verwerkelijking van zijn mogelijkheden, waardoor hij zich met de omringende wereld verbindt”. Simpel gesteld: het recept voor duurzaam geluk/ tevredenheid is vooral doen waar je goed in bent en je goed bij voelt, ook al levert dat niet het hoogste salaris, de hoogste positie of status op. En toepassen van dat recept bevordert ook het geluk van omgeving en relaties. Want als bijvoorbeeld de banken zich bij hun kerntaken hadden gehouden hadden we nu geen financiële-economische crisis.
De tevreden samenleving.
De echt gelukkigen onder ons kunnen doen wat ze het liefst doen en zich goed bij voelen terwijl ze zich van de noodzakelijke middelen van bestaan voorzien. Soms overigens door in de werkomgeving niet naar de meest hoge positie, met het beste inkomen, te streven, maar naar de plek, waar ze het best tot hun recht komen. Andere mensen moeten dat waar ze zich het meest bij betrokken voelen en het best in thuis zijn, buiten het dagelijkse werk zoeken. Voor hen is beschikbaarheid van veel vrije tijd en deeltijdbanen van belang. Een tevreden samenleving is die waarin mensen, hetzij werk doen dan hen precies past, hetzij keuzes van ' minder carrière' en meer vrije tijd makkelijk kunnen maken.
Om mensen in staat te stellen actief te zijn op gebieden waar hun individuele passie en talent zich bevinden moeten die gebieden voor hen natuurlijk wel herkend en ontdekt worden. Maar, terwijl we met de welvaart in onze omgeving ons kunnen permitteren om meer te focussen op wat intrinsiek (in zich zelf) waarde heeft, is trend van de laatste decennia helaas sterk gericht geweest op competitie, is te activiteit veel bekeken vanuit de vraag wat het oplevert aan roem,status, positie en inkomen. Nu de crisis heeft laten zien hoezeer die trend de kwaliteit van de samenleving heeft aangetast, is het goede moment gekomen om te focussen op de schatten, waar lang achteloos over heen gekeken is en die onze omgeving duurzame kwaliteit geven. Er is veel wat boeit, tot bewondering of ontroering wekt in wetenschap, filosofie, kunst, politieke idealen, sociale relaties, flora, fauna en natuurgebieden. Natuurgebieden kunnen, met een andere bril op, anders worden bezien dan (alleen) een gelegenheid tot recreatie. Ze kunnen ook de plaatsen zijn van bijzondere ervaringen. Die van de weetgierige onderzoeker, die van de kunstenaar met oog voor vormen, kleuren en klanken, die van de filosoof, die mijmert of onze tweeslachtige relatie met de natuur of die van de mens die tijdelijk eenheid voelt met een natuurlijke omgeving. Met een andere bril op kunnen we, zoals in de natuurgebieden, alternatieve kwaliteiten ontdekken die we aan onze leefomgeving en samenleving willen verbinden. Maar die andere bril kunnen we alleen opzetten als er wat verandert aan de richting van het onderwijs, de condities van de werkomgeving en de benadering van de vrije tijd. Stof tot nadenken voor politieke stappen naar een samenleving waarin vooruitgang en welvaart in een nieuw perspectief worden geplaatst.

